Provincies schermen met burgerberaad

Onder invloed van verkiezingswinnaar BBB ligt het burgerberaad prominent op de onderhandelingstafel van provincies.

Veel provincies overwegen het burgerberaad een prominente plek te geven in hun coalitieakkoord. Volgens de Tilburgse hoogleraar vergelijkende bestuurskunde Frank Hendriks valt er te leren van eerdere burgerfora. ‘Vergeet het bredere publiek niet.’
Veelbelovende manier

Het burgerberaad, in Nederland aangezwengeld door de G1000-beweging van David Van Reybrouck, wordt gezien als een veelbelovende manier om het verdwenen contact tussen burger en politiek te herstellen. Een groep ingelote burgers buigt zich gedurende een aantal bijeenkomsten over een politiek thema en komt aan het eind met een gemeenschappelijk gedragen advies aan het verantwoordelijk bestuur. Maar zijn alle kwesties die in provincies spelen (stikstof, woningbouw, de wolf) ook voor een burgerberaad geschikt? En hoe zorg je ervoor dat de uitkomst van het beraad serieus wordt genomen?

Burgerberaden werken volgens Tilburgse hoogleraar vergelijkende bestuurskunde Frank Hendriks het best bij onderwerpen die burgers in het hart raken. ‘Succesverhalen zijn bijvoorbeeld de beslechting van langdurige discussies over abortus en het homohuwelijk in Ierland. Of het recente Franse burgerforum over euthanasie. Al zitten er ook allerlei technische aspecten aan, het betreft hier diep-menselijke kwesties waar burgers alleen al vanuit hun eigen levenservaring een relevante competentie voor hebben. Dankzij het burgerberaad, in Ierland gecombineerd met een afsluitend referendum, is de politieke impasse over deze onderwerpen opgelost.’

Een succesfactor daarbij was dat volgens Hendriks het bredere publiek niet werd vergeten. ‘Dat kun je aan de voorkant doen in de vorm van peilingen en ander publieksonderzoek. De uitkomsten daarvan kun je weer als voeding meegeven aan het burgerberaad. Maar je kunt ook na afloop de uitkomsten toetsen van het beraad onder een breder publiek. In Ierland werd dat gedaan in de vorm van een constitutioneel referendum. De voorstellen die uit de burgerberaden kwamen, werden vervolgens door een ruime meerderheid van de Ieren gesteund.'

Verder is de verbinding met de representatieve democratie heel belangrijk. Hendriks: ‘Als die niet goed is geregeld, dan kan een burgerberaad in grote teleurstelling uitmonden. Dat leergeld hebben we betaald in 2006, toen we in Nederland het burgerforum Kiesstelsel hadden. Het was netjes gedaan, maar er was niet bedacht wat de Tweede Kamer vervolgens met het advies aan moest. Toen zijn de uitkomsten vervlogen. Maak vooraf afspraken over het mandaat vanuit het politieke domein. Zodat de uitkomsten ook met ontvankelijkheid kunnen worden teruggegeven.’

Volgens Hendriks is een dergelijke aanpak ook bij provincies toepasbaar. ‘Gelderland heeft bijvoorbeeld al een burgerberaad over het provinciale klimaatbeleid georganiseerd. Creatief aangepakt, met een hybride opzet. De burgers die bij het beraad waren betrokken, werden weer gevoed door een breder burgerpanel. De gouden regel is: maak het onderwerp niet te groot en abstract. Dan wordt het een mission impossible om in vijf, zes weekends samen tot een gedragen oordeel te komen.’

Daarnaast is het volgens hem een voorwaarde dat provincies voldoende ruimte moeten hebben om iets aan het probleem te doen in de vorm van regelgeving, wetgeving of beleid. Hendriks: ‘De wolf zou een interessant vraagstuk kunnen zijn als er ook ruimte is voor beleidswijziging. Het is in elk geval een tastbaar onderwerp: de wolf komt letterlijk en figuurlijk in de leefwereld van mensen. Het is concreet, maar ook weer niet zo concreet dat je zegt: laat het over aan een gespecialiseerde afdeling. Het moet in het tussengebied zitten, en mensen raken. Klimaatbeleid kan vreselijk abstract klinken, maar je kunt er ook een element uitlichten waarover een burgerforum zinvol kan adviseren. Bijvoorbeeld wat een acceptabele verdeling van lasten wordt gevonden.’

Zelfs een abstract onderwerp als stikstof zou zich wat Hendriks betreft lenen voor een burgerberaad. ‘Het ligt eraan welke aspecten je daarvan wilt beoordelen. Als het gaat over goeie manieren om de uitstoot te meten, dan kun je die opdracht beter verstrekken aan raadgevende ingenieurs. Als de vraag wordt: wat is een eerlijk stikstofbeleid dat zowel boer als natuurliefhebber recht doet, dan zou het wel passen bij een burgerberaad.’

image