Makkers Staakt Uw Wild Geraas

Reacties · 72 Bekeken

Over Noorse en Germaanse Mythologie en Folklore ; Odin/Wodan/Woedan, Sleipnir, Huginn en Muninn en de Wilde Jacht

*

Sinterklaas en Zwarte Piet, het gebruik, heeft weinig tot niets met racisme van doen, in tegendeel, het zwart van Zwarte Piet heeft een andere grondslag evenals het wit van Sinterklaas.


 

Sinterklaas en Zwarte Piet vinden beide hun oorsprong in de Woedan/Wodan/Odin mythe, De God van het Hemelzwerk, die op zijn vliegende paard Sleipnir als de stormwind door de lucht en over de daken stormde en in de schoorstenen bulderde, vergezeld door zijn twee zwarte(!) raven, Huginn (gedachte) en Muninn (geheugen) die dagelijks de wereld rondvlogen en Odin/Wodan/Woedan, neergestreken op zijn schouders, influisterden wat ze gezien en gehoord hadden en opgetekend werd in het Grote Boek der Kennis van Odin/Wodan/Woedan/Sint Nicolaas/Sinterklaas.

In de loop van de tijd is deze volkstraditie; deze Folklore, uitgemond in een manier om kinderen op een speelse manier bij te brengen dat het goede wordt beloond en het kwade bestraft. Het goede wordt als licht en dus wit en het kwade als donker en dus zwart voorgesteld. In de huidige versie is het kwade (Zwarte Piet) door het goede (Sinterklaas) overwonnen en is een metgezel, een helper, van het goede geworden en is gelijk aan de Folkloristische duiding. Dat is, in het kort, de grondslag van het Sinterklaas/Zware Piet vertelsel/gebruik/feest.

https://historiek.net/geschiedenis-van-de-zwarte-piet-kritiek/84395/
http://www.historien.nl/de-omstreden-zwarte-piet/

 

Dus Makkers, Staakt Uw Wild Geraas

Als er iets mis is met Zwarte Piet, dan is het wel dat hij een olijke en onbedreigende verschijning is geworden. Het opvoedkundige opzicht van het Sinterklaasfeest dreigt geheel vergeten te worden. Tegenwoordig is het minder de vraag of kinderen zich hebben gedragen en meer wat ze allemaal te snoepen en uit te pakken zullen krijgen. De echte Zwarte Piet is een enge en geheimzinnige geest uit oeroude tijden, met de taak om jong en oud tot goed gedrag te verschrikken. Het zou een grote vergissing zijn om hem te veranderen in een Kleurenpiet of Roetveegpiet of iets anders knulligs.


De Wilde Jacht

Om het wezen van Zwarte Piet te begrijpen moeten we kijken naar de Wilde Jacht: een nogal indrukwekkende mythologische voorstelling die uit voorchristelijke tijden stamt en van oudsher in heel de Germaanse wereld voorkwam. Gedurende de lange nachten van Jiel, oftewel de Midwintertijd, baant een heerschare van luidruchtige doden, zwart als de nacht, zich met rossen en honden een weg door het land en de lucht, de levenden schrik aanjagend als bewakers van de zeden.

Hun aanvoerder is Woedan, de heer van geestdrift, dichtkunst, wijsheid en de wind. Hij heeft een lange, witgrijze baard onder een spitse hoed of kap en is gehuld in een hakel, oftewel een lange mantel. In zijn ene hand heeft hij een houten staf of speer, in zijn andere de teugels van de schimmel waar hij op rijdt. Hij mist één oog en heet daarom met een oud woord ook wel Heeg. Op andere dagen van het jaar reist hij vermomd rond en stuurt hij zijn zwarte raven erop uit. Zo neemt hij alom kennis.

De Wilde Jacht heet in Zweden Odens jakt, ‘Woedans jacht’, in Noorwegen Oskorei en Jolerei, in Engeland Wild Hunt, in Duitsland Wilde Jagd en Wildes Heer, in Zwitserland Wüetisheer, enzovoort. Een van de vroegst overgeleverde benamingen stamt uit de 14e eeuw: het Middelhoogduits Wuotanes her ‘Woedans heer’. In Nederland heet de Wilde Jacht ook wel Wildeman of het Wilde Heer. Men verwarre dit heer, ‘leger’, zoals ook in heerschare en hereweg, niet met het onverwante heer, een ‘voornaam man’.

Ter Opvoering

Woedan, wiens naam in verkorte vorm nog schuilt in woensdag, werd in het oude heidendom gezien als één van de voornaamste goden. In de verbeelding van de Germanen verdrong hij uiteindelijk zelfs Tuw, de eigenlijke Oppergod. Woedan's toegewijden wrochten zich in een toestand van geestelijke vervoering, in het bijzonder op het slagveld, waar zij als bezetenen en met wild geraas en ogenschijnlijk bovenmenselijke krachten de vijand bestookten.

De Romeinse geschiedschrijver Tacitus meldt in de eerste eeuw na Christus dat één Germaanse stam in het bijzonder, de Harii, de gewoonte had om duistere nachten uit te kiezen voor hun gevechten, en met hun zwarte schilden en zwart geverfde lijven op een dodenleger leek. Harii is een latinisering van Oudgermaans Harjōz,  ‘krijgers’, het meervoud van Harjaz, de voorloper van het bovengenoemde woord heer, ‘leger’.

Het waren oorspronkelijk de aan Woedan toegewijde mannenbonden -krijgersgilden- die ieder jaar in de lange nachten rond Midwinter zijn dodenleger van de Wilde Jacht uitbeeldden door zich in donkere vermommingen te hullen en luidruchtig en baldadig rond te gaan in hun gemeenschappen. Bij ieder huis dwongen zij ontzag af, soms porrende met de staven en roeden die zij bij zich droegen. De kunst was bovendien om niet herkend te worden. Het doel was het bewaken van de zeden van het volk. Want wie dat jaar stout was geweest kon nu op straf rekenen.

Overal in de Germaanse wereld, van Ameland tot Zwitserland, bestaan nog sporen van dit aloude winterse gebruik van mannen om zich voor te doen als de doden, al is de oorsprong allang vergeten en verschillen de bijzonderheden en vermommingen nu voor iedere streek. De oorspronkelijke gedaante van de volgeling is evenwel de zwarte, niet-Afrikaanse, getuige onder andere de Schmutzli in Zwitserland, Knecht Ruprecht in Noord- en Midden-Duitsland, Krampus in Oostenrijk en Oost-Europa, de Houseker in Luxemburg enzovoort. Meestal wordt hij nu geleid door Sint Nicolaas in zijn streekgebonden hoedanigheid.



 

Christelijke Kerstening

Sint Nicolaas was in de vierde eeuw de bisschop van Myra, een oord in het oostelijke gedeelte van het Romeinse Rijk, in wat sinds enkele eeuwen Turks en islamitisch gebied is. Zijn verering werd in de Middeleeuwen in Europa verspreid, waarschijnlijk door de Normandiërs. In de inmiddels gekerstende Germaanse streken versmolt zijn voorstelling geleidelijk met die van Woedan en de Wilde Jacht. Ook het Kinderfeest van de Middeleeuwen, waarin de jeugd het één dag/avond voor het zeggen kreeg, werd erbij betrokken.

Hoewel Sinterklaas zoals we hem nu kennen de ‘voortzetting’ is van Sint Nicolaas heeft hij eveneens veel weg van Woedan, die als geduid vanouds wordt voorgesteld als zeer wijs, met witgrijze baard, gehuld in een mantel met kap of hoed, een staf of speer in de hand en rijdend op een schimmel. Dat Sinterklaas ook over de daken rijdt is gezien het oude beeld van de Wilde Jacht door land en lucht niet verwonderlijk. Dat Sinterklaas tevens gedichten schrijft is gezien het oude beeld van Woedan als heer der dichtkunst evenmin verwonderlijk. Dat Sinterklaas letters van chocolade uitdeelt doet verdraaid veel denken aan het oude Germaanse geloof dat Woedan de mensen het schrift der ruinstaven gaf, de Germaanse leestekens die behoorlijk anders waren/zijn dan het Latijnse of oud-Griekse schrift.

Bozen Geesten en 'Moren'

De doden die Woedan vanouds vergezelden werden in de loop der eeuwen als gedoemde zielen gezien en voorts als boze geesten. Zo onstond de eigenaardige toestand dat Woedans ‘opvolger’, Sinterklaas, zich omringd wist door boze geesten. Zo werd het gevolg getrokken dat hij hen geknecht had. Daarbij kwam dat de duivel en zijn handlangers vanouds evenzeer als duister en zwart werden voorgesteld. Zwarte Piet is dan ook eigenlijk één van de vele benamingen voor boze geesten, en de duivel in het bijzonder.

In de laatste eeuwen werd in de Lage Landen een meer wereldse duiding gezocht voor het merkwaardige gegeven dat een goedheiligman een zwart gevolg had. Aangezien iedereen wist dat hij uit het Zuiden kwam lag het voor de hand te denken dat zijn helpers 'Moren' uit Afrika waren. De tegenwoordige verschijning van Zwarte Piet is dus niet een uitdrukking van de gedachte dat blanken meerwaardig zijn, maar het vanzelfsprekende gevolg van vergetelheid en herduiding. Hier hebben velen, al dan niet deskundig, reeds op gewezen en over gepubliceerd.

Dat De Ware Zwarte Piet Moge Wederkeren

Zijn huidige gedaante als een Moorse knecht in een opzichtig, zestiende eeuws pagepakje is betrekkelijk laat ontstaan en zijn rol als guitige snoepstrooier is al helemaal een jonge ontwikkeling. De echte Zwarte Piet is wel degelijk pikzwart en hoort kinderen en hun ouders de stuipen op het lijf te jagen. Dus als zijn verschijning moet veranderen, laat hem dan weer zijn oude krijgen, als Schim des Doden in het gevolg van de Gezwinde Grijsaard. Het zou niet griezeliger zijn voor de 'tere kinderzieltjes' dan bijvoorbeeld de verhalen van J.R.R. Tolkien, J.K. Rowling en Roald Dahl. Het zou een spannender en zinvoller gebruik zijn.

 

 

Zij die Sinterklaas en Zware Piet als historische personen zien, vergissen zich door overdrachtelijk als zijnde letterlijk te interpreteren met uitzondering van de moderne versie van Sinterklaas, naar evenbeeld van de Rooms-Katholieke Sint Nicolaas, de bisschop van Myra. Het zijn van origine archetypen; personificaties van principes; antropomorfisch van aard die universele principes weergeven/uitbeelden, en zijn zo oud als de wereld.

Hetzelfde geldt voor kerstmis, met de kerstboom als zinnebeeld van het heelal, met de kleurrijke ballen als de planeten, de kaarsjes/lampjes als de sterren, het engelenhaar als de 'armen' van het melkwegstelsel en de engeltjes als menselijke zielen. De Piek op de Boom? Wat is dat anders dan Het Licht dat over het Universum heerst.

Het is dus fascinerend te noemen dat er zoveel geschiedenis in deze -op het eerste opzicht 'betekenisloze'- volkstradities schuil gaat. Het afschaffen van dergelijke tradities is het vermoorden van het verleden, de cultuur en de identiteit van een volk.


https://vriendenplek.nl/WaarofNietWaar 

Reacties